Arbeidsintoxicaties en calamiteiten met giftige stoffen
- In 2025 werd het NVIC 1.392 keer gebeld over arbeidsintoxicaties. Het aantal informatievragen over arbeidsintoxicaties steeg de afgelopen 4 jaar met gemiddeld 13% per jaar.
- Bij deze arbeidsintoxicaties waren 1.438 patiënten betrokken (72% mannen), met in totaal 1.544 blootstellingen aan giftige stoffen.
- De meeste arbeidsintoxicaties ontstonden door blootstelling aan industriële chemicaliën (624 blootstellingen).
Monitoring arbeidsintoxicaties uitklapper, klik om te openen
Als gevolg van de wettelijke meldingsplicht, is de monitoring van ernstige arbeidsongevallen in Nederland relatief goed. Echter, voor minder ernstige incidenten, zonder blijvende schade, is sprake van onderrapportage. Hierdoor ontbreekt een volledig en representatief beeld van de landelijke incidentie, trends, omstandigheden en oorzaken van arbeidsongevallen. Ook als er geen blijvende schade is, kan een arbeidsongeval toch leiden tot aanzienlijke ziektelast en verzuim.
Het NVIC registreert de gegevens van alle blootstellingen waarover het geraadpleegd wordt. Dit omvat ook arbeidsintoxicaties die niet onder de meldingsplicht vallen. Een voorbeeld is een incident waarbij een medewerker van een chirurgisch trainingscentrum formaldehyde in het oog kreeg, doordat een slang van een apparaat losschoot. Ondanks dat het oog direct met de aanwezige oogdouche werd gespoeld, ontstonden meteen pijn en irritatie. Drie uur na blootstelling, werd de patiënt op de spoedeisende hulp door een oogarts beoordeeld. Daarbij werd een lichte beschadiging van het hoornvlies vastgesteld met pijn en tijdelijk verminderd zicht. Dit werd behandeld met een antibioticazalf, om infectie van het beschadigde weefsel te voorkomen [Wijnands-Kleukers, 2025].
Het werken met gevaarlijke stoffen brengt gezondheidsrisico’s mee en kan leiden tot arbeidsincidenten of -ongevallen. Werkgevers in Nederland zijn wettelijk verplicht ernstige arbeidsongevallen (met dodelijke afloop, ziekenhuisopname of blijvend letsel) te melden bij de arbeidsinspectie. In 2024 waren er 1990 meldingsplichtige ongevallen: 35% door valincidenten en 2% (minder dan 40) door contact met schadelijke stoffen [Arbeidsinspectie, 2025].
Door de gegevens van het NVIC en de arbeidsinspectie te combineren ontstaat een completer beeld van arbeidsincidenten met gevaarlijke stoffen. Goede monitoring en samenwerking zijn essentieel om risico’s beter in kaart te brengen en het aantal incidenten te verminderen.
Calamiteiten uitklapper, klik om te openen
- Het NVIC werd in 2025 ingeschakeld bij 45 grotere (bedrijfs)ongevallen en calamiteiten. Hierbij waren naar schatting tenminste 580 personen blootgesteld. Dit is het aantal personen dat bij het NVIC bekend is; het daadwerkelijke aantal blootgestelde personen is vaak onduidelijk en kan hoger zijn geweest.
Bij (grotere) bedrijfsongevallen en calamiteiten zijn vaak meerdere personen tegelijk blootgesteld, en/of bestaat de kans op verspreiding van gevaarlijke stoffen in de omgeving. Vaak zijn dit incidenten op de werkvloer of tijdens transport-, overslag- en/of opslag, waarbij mens en milieu in contact komen met gevaarlijke stoffen.
Binnen de calamiteitenstructuur in Nederland heeft het NVIC een signalerende en adviserende rol. Bij calamiteiten kan het NVIC proactief te werk gaan, om de opvang van chemisch besmette slachtoffers zo effectief mogelijk te laten verlopen. Binnen het NVIC kan worden opgeschaald, om de medisch toxicologische expertise effectief in te zetten binnen het rampenbestrijdingsnetwerk.
Het NVIC is ook onderdeel van het Crisis Expert Team milieu en drinkwater (CET-md). Dit kennisnetwerk, gefaciliteerd vanuit het Departementaal Coördinatiecentrum Crisisbeheersing van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (DCC-IenW), omvat acht instituten. Het NVIC neemt deel als klinisch toxicologisch kenniscentrum. Het kan bij blootstelling aan gevaarlijke stoffen adviseren over mogelijke acute gezondheidseffecten, de medische behandeling van slachtoffers en de te nemen maatregelen om gezondheidseffecten voor individuen in de nabijheid van het incident te beperken. Ook kan het NVIC adviseren over het gebruik van antidota en assisteren bij het uitgeven van antidota uit de nationale calamiteitenvoorraad van het RIVM.
Het NVIC heeft bij incidenten met gevaarlijke stoffen (IGS) regelmatig overleg met één of meerdere van de andere deelnemende kennisinstituten van het CET-md.
Gezondheidsincidenten met ioniserende straling en radioactieve stoffen uitklapper, klik om te openen
Het NVIC verstrekt informatie over de gezondheidskundige en medische aspecten, inclusief behandelingsmogelijkheden, na incidenten met ioniserende straling en radioactieve stoffen. Hiervoor heeft het NVIC vijf stralingsdeskundigen in dienst: één medisch specialist en vier wetenschappelijk onderzoekers. Zij onderhouden diverse stofmonografieën over radioactieve straling en radionucliden.
In 2025 werd het NVIC tien keer geraadpleegd over mogelijke blootstelling aan ioniserende straling of radioactieve stoffen. Dit aantal is vergelijkbaar met voorgaande jaren. Radioactiviteit roept veel angst op bij niet-deskundigen; vaak is er vooral ongerustheid bij de patiënt. Het is dan belangrijk om een realistische inschatting te maken van de mogelijke blootstelling en het bijbehorende risico hiervan helder uit te leggen aan de behandelend arts en de patiënt.
Het NVIC vervult de rol van ‘Adviseur Gezondheid’ binnen het Crisis Expert Team straling en nucleair (CET-sn), een kennis- en adviesnetwerk rondom de radiologische en gezondheidskundige gevolgen van (dreigende) kernongevallen en andere stralingsongevallen. Als kennisinstituut adviseert het NVIC over maatregelen om de gezondheidsrisico's voor hulpverleners en burgers te beperken. Daarnaast neemt het NVIC deel aan het Radiologisch Expertiseteam Meten en Modelleren (REMM), een samenwerkingsverband van kennisinstituten onder coördinatie van het RIVM.
Inmiddels verboden, maar nog geen eeuw geleden waren groen-oplichtende wijzerplaten in horloges populair. Deze verkregen hun mooie kleur in het donker door radium-226-houdende verf. In die tijd werden de gezondheidsrisico’s van radioactieve stoffen nog onvoldoende onderkend. Inmiddels weten we, net als bij roken, dat blootstelling aan radioactiviteit toch niet zo onschuldig is als men destijds dacht. Ook nu nog blijven vragen binnenkomen over radium-226-houdende verf. In 2025 werd het NVIC bijvoorbeeld benaderd over een horlogemaker die regelmatig met dergelijke horloges te maken krijgt. Hij vroeg zich af of hij vanwege het openmaken van deze horloges een stralingsdosis opliep, die voor hem gezondheidsrisico’s met zich mee zou kunnen brengen. Het NVIC heeft een berekening gedaan en kon hem geruststellen: de potentiële blootstelling aan radium-226 was in dit geval heel laag.